20-03-2025
Inleiding
Nadat ik me bewust werd, dat elke klank een uitwerking op mijn lichaam heeft (zie stapje verder) werd ik gefascineerd door die werking. Eenmaal wat verder op het pad van de vorm, leek het me boeiend om die uitwerking ook te boetseren. Steeds als ik een begin maakte, liep ik voorbij die vorm en kwam ik op een ander proces uit. Ik was er nog niet aan toe blijkbaar.
Nadat ik met de steenkring begon, kreeg ik in de derde en laatste ronde de opdracht, me te verdiepen in het alfabet. In de twee rondes daarvoor waren de opdrachten me bezig te houden met het Oude Testament en met Maria Magdalena. Hèt alfabet, het alfabet voor iedereen, dat is een taal, die er nog niet is. Voor mij is het Nederlandse alfabet het alfabet om me in te verdiepen. Er zijn zoveel talen en elke taal heeft een eigen basis. Sommige dichtbij zoals het Duitse, iets verder weg zoals het Griekse, nog verder weg zoals het Arabisch, weer verder weg zoals het Chinees.
Het Nederlands alfabet, waarmee ik ben opgegroeid en waarmee ik de woorden vorm. Woorden groeien en trekken klanken naar zich toe. Die klanken drukken zich schriftelijk uit in letters, de woorden in lettercombinaties en die letters halen we uit de letterkast, om het plastisch uit te drukken. En die letterkast delen we in volgens het alfabet, zoals we dat kunnen gebruiken. En dan zijn er nog klanken, die we niet in dat alfabet opgenomen hebben, zoals de AU en de OE.
Met die woorden vormen we een taal om met elkaar uit te wisselen, af te stemmen. Als mens heb je een ander mens nodig om mens te worden en in de huidige toestand van de mens hebben we vaak taal nodig om samen te leven en te groeien. We spreken met elkaar, we luisteren naar verhalen, gedichten, we schelden elkaar uit. Probleem daarbij is wel, dat aan die woorden en zinnen nog wel eens verschillende inhouden worden gehangen, hetgeen de uitwisseling soms lastig maakt. Als mens is daarbij de grootste opgave om zich te verdiepen in wat de ander bedoelt en wat ik eigenlijk zeg. Daarnaast hebben die woorden een uitwerking op ons gemoed, op ons als persoon en op ons lichaam.
Voor mij begon het met de vragen: wat wil deze volgorde mij vertellen? Het ABC, we gebruiken het om woorden op te bouwen, maar waarom ABC, waarom niet QWERTY? Alleen vanwege het Phenisisch alfabet? Weten, dat doe ik niet. Er komen wel beelden.
Wat wil elke klank, letter mij vertellen? Hoe zet die mijn lichaam in beweging? Hoe zie ik de klank bewegen? Ik beperk me hier tot letters van het alfabet en laat de combinatieklanken buiten beschouwing. Dat kan een vervolg zijn.
Ik weet, dat mijn theoretische kennis onvolledig is en dat er veel mensen zijn, die al een uitgebreide studie van het alfabet gemaakt hebben, maar ik wil vooral helder maken, hoe de spraak mijn lichaam beweegt en wat mijn ervaringen zijn. Ik ben overtuigd, dat wij mensen elkaar beïnvloeden met woorden (maar ook met gedachten) tot in het fysieke toe. De bewegingen van mijn (licht)lijf voel ik voortdurend, zowel als ik spreek als dat de ander spreekt. Ik zet hier vooral woorden, die opkomen, al zoekend, al luisterend.
Werkwijze
Ik ben op twee manieren gaan zoeken:
- Ik ben gaan zoeken naar de reeks op zich, door telkens het alfabet in één ademtocht, om het plastisch uit te drukken, door te lopen en te zien, welke beweging er ontstaat. Ik heb die op een rij gezet en heb mijn indrukken neer geschreven. Daardoor kreeg ik een beeld, hoe de samenhang in de rij van het alfabet is. De uitdrukking ‘van A tot Z’. Zo ontstonden er een aantal al dan niet volledige rijen, die ik tot een ‘positieve’ en een ‘negatieve’ reeks samenvatte. Die reeksen zijn niet absoluut, eerder voorbeelden voor hoe ze op mij werken. Ieder mens heeft daarin eigen mogelijkheden.
- Daarnaast ben ik de letters afzonderlijk langs gegaan om te zien, welke kwaliteiten er per klank tevoorschijn komen. Ik zie het alfabet fysiek verschijnen in de mondbewegingen; etherisch verschijnen in het lichtlichaam. Ik zie het ook verschijnen in een positieve en een negatieve vorm. Zoals kernenergie genezing en vernietiging kan brengen; zoals stikstof bewustzijn en eenzijdigheid kan brengen; zoals oorlog vernietiging en ontwikkeling kan brengen.
Alfabet voorbeelden:
A: vlak voor de geboorte, er is nog verbinding met de geest, ik weet nog alles, wat ik me voorgenomen heb op de aarde, mijn voorbereiding naar dit leven, enzovoorts;
B: geboren, opgevangen, beschermd, geborgen, de ontmoeting met de aardestroom;
C: in die geborgenheid kan ik loslaten, wat ik weet, me overgeven aan wat ik op aarde kom doen, het gisten van aardestroom en geestesstroom;
D: drukt me liefdevol op de aarde, zet mijn voeten neer, masseert me;
E: dan sta ik tegenover de wereld, laat die wereld binnen;
F: duidelijk sprekend laat ik van mij horen, maak ik mij bekend, kenbaar;
G: de reactie komt naar me toe, begrijpend;
H: inademen van de reactie, uitademen van de verwondering;
I: ik herken mezelf, mijn ik op aarde;
J: en ontdek de ander, de vreugde is groot;
K: zet me met mijn voeten op de grond, maakt verbinding met de aarde;
L: uit de aarde komt de kracht tot groeien, tot bloeien;
M: de mogelijkheid mezelf te verbinden met de wereld om me heen en in mijzelf, uitwisseling van mijn binnenwereld en de buitenwereld, proef de wereld;
N: in mezelf luisteren om keuzes te maken;
O: het omarmen van de wereld, die ik beleef;
P: die wereld tot me nemen, mezelf aankleden met die wereld;
Q: mijn binnenste wordt een bron, waaraan mensen en ikzelf me laven;
R: vanuit mijn enthousiasme wil ik gaan bewegen;
S: geeft me richting;
T: de vreugde, het kietelen;
U: de eerbied die groeit;
V: de beweging van en naar buiten aangezet;
W: werk aan de winkel, nu moet ik hard werken, zelf bewegen;
X: mezelf stoten, niet doorduwen, aftasten;
IJ: overzicht wat ik mag doen;
Z: het is goed, rust nu, tot de volgende cyclus.
Maar het kan ook heel anders
A: voor de geboorte, ik weet alles, maar ik wil het niet, ik ben bang;
B: geboren, bekneld, bang, de ontmoeting met de aardestroom;
C: ik raak alles kwijt, waar gaat het heen;
D: ik word in mijn lijf geramd, stompen, schoppen, voel ik nog wat?;
E: ik houd de wereld af, bouw een scherm;
F: ik schop en sla om me heen;
G: omgegooid, storm om me heen, graai naar houvast of bezit;
H: buiten adem, hoesten, adem inhouden;
I: somber, ik wil het niet;
J: en de wereld al helemaal niet, de ander is een gevaar;
K: mijn hakken in het zand;
L: luid gekrakeel, laat me, wervelstormen in mij;
M: brommen, morrelen;
N: nee dus, geen wereld, mijn eigen wereld;
O: een rond schild, dicht;
P: een groot vertoon om de wereld te intimideren;
Q: er zit een deksel op de put;
R: zie je wel, ik blijf nauwelijks staan in deze storm, deze wervelende winden;
S: de storm giert, snijdt af, snijdt weg, maakt me koud;
T: de hagel steekt in mijn gezicht, steekt door me heen;
U: huu, koud, afgewend;
V: een koude wind waait door me heen;
W: ik wil het niet, weerstand, worsteling;
X: de bliksem staat in;
IJ: het is leeg om mij heen, ijl, eindeloos, kaal, niets;
Z: zaagt door me heen, zondert me af.
Dit zijn twee van de ontelbare mogelijkheden. Ieder mens heeft zijn eigen (on)mogelijkheden, zijn eigen alfabet. Tegelijk staan hierboven twee vormen, die je eigenlijk allebei nodig hebt. Als je blijft hangen in de eerste vorm, dan kun je blijven zweven. Als je blijft hangen in de tweede, dan kom je vast te zitten. Het ene is dus niet slechter dan het andere. Het is vooral afhankelijk het beweeglijk omgaan met alle mogelijkheden.
Al met al zie ik als beeld:
A: het moment voor de geboorte, nog open naar de geestelijke wereld;
B: geboorte zelf;
C: het samenbrengen van de erfelijke aardestroom en de geestelijke stroom; dat geeft vele mogelijkheden en misschien geeft de variatie in uitspraak daar een beeld van: de C als K of als CH of als S of bijna Z;
D: het op de grond komen, gaan staan;
E: tegenover de wereld staan;
F: je naar die wereld uiten, zodat die wereld jou ziet;
G: de wereld reageert;
H: het in en uitademen;
I je ik (h)erkennen;
J: ook de ander en daar mogelijk in opgaan;
K: het weer op de aarde zetten;
L: groeien en bloeien;
M uitwisselen met de werelden in mezelf en buiten mezelf;
N: afstand nemen, bepalen van mijn reactie daarop, doorgaan of niet;
O: omarmen, opnemen;
P: eigen maken;
Q: het wordt een bron, al dan niet rijk, van waaruit je handelt of praat;
R: het komt allemaal naar buiten, rolt voort;
S: richting geven;
T: aansluiting of kortsluiting maken; wijst op zwakke of tere punten;
U: eerbied of afschuw; zenith nadir; verbinding aarde- en geesteswereld;
V: hartewind, een wind van achter, die door mijn hart heen een beweging naar voren maakt. Ik kleur die met mijn hart, mijn gemoed, mijn instelling. Een impuls vanuit de geestelijke wereld.
W: de beweging uitdragen, stimuleren of juist wegvagen, de inpuls oppakken, in ieder geval zelf werken
X: afsluiten of afgesloten worden;
IJ: terugkijken;
Z: rust of ontevredenheid.
In het algemeen beleef ik, dat de eerste 22 letters ons gegeven worden, de laatste 4 is hard werken. Daar breng ik zelf mijn kleur sterk aan. Ik moet hier nog veel aan schaven.
WORDT VERVOLGD